De meest gehanteerde maatstaf om te zien of je overgewicht hebt is de BMI. Echter, de BMI zegt niets over jouw vetpercentage, terwijl dit juist zo belangrijk is. Iemand met een gezond BMI kan een te hoog vetpercentage hebben, waarschijnlijk door het gebrek aan spiermassa. Je vetpercentage weten is daarom van cruciaal belang.
De richtlijnen van een gezond vetpercentage zijn anders voor vrouwen dan voor mannen. Deze zijn af te lezen in onderstaande tabel.
| Referentie | Vrouwen (% vet) | Mannen (% vet) |
| Essentieel Lichaamsvet | 10-12% | 2-4% |
| Atleten | 14-20% | 6-13% |
| Gezond | 21-24% | 14-17% |
| Acceptabel | 25-31% | 18-25% |
| Te veel Lichaamsvet | 32% plus | 25% plus |
Er zijn verschillende middelen om het vetpercentage te meten. Op het internet heb je verschillende calculators waar je onder andere je geslacht, gewicht en de omtrek van je taille kunt ingeven. Daarnaast kan het vetpercentage berekend worden door middel van een huidplooimeting, dit kan bij de diëtist. Weegschalen hebben tegenwoordig ook vetpercentagemeters maar kijk hiermee uit: deze zijn lang niet altijd accuraat genoeg!
Het weten van je vetpercentage is belangrijk omdat een te hoog vetpercentage hart- en vaatziekten in de hand werkt. Ook wanneer je slank toont, kan het vetpercentage te hoog zijn. Meten is weten, dus zorg ervoor dat je zo nu en dan een meting doet.


